Het weer levert geen direct gevaar op.    Er zijn geen waarschuwingen afgegeven.



Verklaring van de begrippen zoals gebruikt op deze website

Dauwpunt

De temperatuur, waartoe lucht moet afkoelen om verzadigd te raken met waterdamp, met dien verstande dat gedurende het afkoelingsproces de druk en de dampspanning niet veranderen. Hoe droger de lucht is, des te lager zal de dauwpuntstemperatuur liggen. Als het dauwpunt is bereikt, treedt condensatie op, waardoor de vorming van dauw, mist en wolken mogelijk wordt. Bij lucht die volledig verzadigd is, is het dauwpunt gelijk aan de buitentemperatuur.

 

Hitte index of heat-index
De hitte-index beschrijft de warmteoverdracht tussen lichaam en omgeving bij zonnig weer. De index wordt bepaald uit een combinatie van temperatuur en vochtigheid en meestal aangeven in een tabel of grafiek. Daarbij worden ook de gevolgen en gevaren voor de mens aangegeven. De index is ontwikkeld door de Amerikaan Robert Steadman, die ook de gevoelstemperatuur of chill (= verkoelings) temperatuur voor de combinatie van temperatuur (vorst) en wind bedacht.

WindChill of gevoelstemperatuur

De gevoelstemperatuur is een maat voor het gevoel van kou (windkou/waterkou) of warmte (benauwende warmte of hitte) dat de mens ondervindt in koude lucht met veel wind.

Het verschijnsel gevoelstemperatuur, of windkoude, is dus het verschijnsel waarbij het in de wind een stuk kouder aanvoelt dan uit de wind. Hoe kouder het is en hoe harder het waait, des te kouder voelt het aan. We kunnen dat warmteverlies uitdrukken in een soort gevoelswaarde van de temperatuur.

Bij een gevoelstemperatuur onder -10 graden kunnen na enkele uren verschijnselen van onderkoeling optreden. Bij gevoelstemperaturen onder -15 graden kan al na een uur koudeletsel optreden, onder de -20 graden is na een half uur ook bij goed afdichtende winterkleding al een kleine kans op bevriezingsverschijnselen. Bij de Elfstedentocht van 18 januari 1963 traden bij een gevoelstemperatuur nabij -15 graden, door het urenlange schaatsen tegen de krachtige oostnoordoostenwind in, ook bevriezingsverschijnselen op. Bij het schaatsen tegen de wind in moet de schaatssnelheid worden opgeteld bij de windsnelheid, waardoor de gevoelstemperatuur, afhankelijk van de luchttemperatuur, enkele graden lager kan zijn.

De kans op bevriezingsverschijnselen neemt sneller toe bij gevoelstemperatuur lager dan -25 graden.

 

 


Hitte index/WindChill Comfort niveau Omschrijving
Hitte index van 38,2 of hoger Extreem heet Gevaarlijke hitte index waarden. Grote kans op warmte gerelateerde aandoeningen, zoals een hartaanval
Hitte index tussen 32.7 en 38.3 Niet comfortabel heet Hoge Hitte index waarden. Warmte gerelateerde aandoeningen kunnen voorkomen
Hitte index tussen 27.2 en 32.7 Warm Gematigde Hitte index waarden
Hitte index tussen 16.1 en 27.2 Comfortabel Deze condities worden door de meeste mensen als aangenaam ervaren
WindChill tussen -0.5 en 16.1 Koel Frisjes
WindChill tussen -17.2 en -0.5 Niet comfortabel koud Koud. Bevriezing en kou-gerelateerde aandoeningen zijn mogelijk
WindChill beneden -17.2 Extreemkoud Extreem koud. Grote kans op bevriezing en kou-gerelateerde aandoeningen

Er zijn echter nog meerfactoren die van invloed kunnen zijn op de weerbeleving. Op een koude dag kan het door zonneschijn toch behaaglijker aanvoelen dan wanneer het bewolkt is. Dus ondanks dat op een bepaalde dag de weerbeleving "koud" of "niet comfortabel koud" is, kan het door zonneschijn toch warmer aanvoelen. Ditzelfde komt voor op een dag dat de weerbeleving "warm" of "oncomfortabel heet" is. Door een stevig briesje kan het minder warm aanvoelen.

Regen- of neerslagkans

De regen- of neerslagkans in %, geeft aan hoe groot de kans is dat iemand die zich op een willekeurige plek bevindt de kans loopt op een regen- of andere neerslagbui. Het getal zegt niets over de duur van de regen. Wel is vereist dat er ten minste 0,3 mm neerslag valt, wat overeenkomt met 0,3 liter per vierkante meter. Een neerslagkanspercentage van 10% is erg laag; meestal is het zo'n dag gewoon droog. 30% regen zou je kunnen omschrijven met 'mogelijk regen'. Bij een neerslagkanspercentage van 90% gaat het zeker regenen.

Regenkans
%
Omschrijving
10 - 30 Geen of kleine kans op neerslag
30 - 70 Neerslag mogelijk
70 - 100 Zeer grote kans op neerslag


De relatie tussen het weer en de luchtdruk.
 
Luchtdruk in hPa (=mb) Regenkans Weertype
870 - 970 90% Zware storm
970 - 980 90% Storm
980 - 990 90% Veel regen
990 - 1000 80% Regen of wind
1000 - 1003 70% Regen of wind
1003 - 1006 60% Regen of wind
1006 - 1010 50% Wisselvallig weer
1010 - 1015 40% Wisselvallig weer
1015 - 1020 30% Wisselvallig weer
1020 - 1030 20% Goed weer
1030 - 1033.3 10% Mooi weer
1033.3 - 1084 10% Zeer mooi weer



Windsnelheid, kenmerk en omrekening
Bft Omschrijving m/s Knots km/h Kenmerken
0 Windstil <0.2 < 1 < 1 Rook stijgt recht of bijna recht omhoog
1 Zwak 0.3 - 1.5 1 - 3 1 - 5 Rookpluimen geven richting aan
2 Zwak 1.6 - 3.3 4 - 6 6 - 11 Bladeren ritselen, wind merkbaar in gezicht
3 Matig 3.4 - 5.4 7 - 10 12 - 19 Bladeren en twijgen voortdurend in beweging, stof waait op
4 Matig 5.5 - 7.9 11 - 16 20 - 28 Stof en papier dwarrelen op, haar in de war, kleding flappert
5 Vrij krachtig 8.0 - 10.7 17 - 21 29 - 38 Takken maken zwaaiende bewegingen, opwaaiend stof hinderlijk voor de ogen, gekuifde golven op meren en kanalen
6 Krachtig 10.8 - 13.8 22 - 27 39 - 49 Grote takken bewegen, paraplu's moeilijk vast te houden
7 Hard 13.9 - 17.1 28 - 33 50 - 61 Bomen bewegen, tegen de wind lopen of fietsen is lastig
8 Stormachtig 17.2 - 20.7 34 - 40 62 - 74 Twijgen breken af, voortbewegen moeilijk
9 Storm 20.8 - 24.4 41 - 47 75 - 88 Takken breken af, dakpannen waaien weg, kinderen waaien om
10 Zware storm 24.5 - 28.4 48 - 55 89 - 102 Bomen worden ontworteld, schade aan gebouwen, volwassenen waaien om
11 Zeer zware storm 28.5 - 32.6 56 - 63 102 - 117 Uitgebreide schade aan bossen en gebouwen, gevaar in steden door rondvliegende dakpannen, golfplaten...
12 Orkaan >32.6 >63 >117 Niets blijft meer overeind, levensgevaarlijk